Isoleren is een maatregel, die er voor zorgt dat we ons behaaglijker voelen in ons huis. Bij goed isoleren hoort ook een goede kierdichting. Maar er kleeft ook een gevaar aan heel goed isoleren en dat is dat we ons huis zó goed luchtdicht maken, dat we geen mogelijkheid meer hebben om voldoende zuurstof in ons huis te krijgen, waardoor we slaperig worden en waardoor onze uitgeblazen lucht in de ruimte blijft hangen. Dat is uitermate ongezond!

Daarnaast ontstaat er in een huis altijd veel vocht: door onze aanwezigheid, maar ook door het douchen en het koken van eten. Blijft dat vocht in huis, dan geeft dat op den duur schimmels in huis, wat een uiterst ongezond binnenklimaat oplevert.

Het is dus van het grootste belang dat we ventileren.

Vroeger was het doodnormaal dat we iedere dag het raam open zetten om het huis even lekker door te luchten. En bij het eten koken, zetten we even de deur open of een raam..

En ‘s nachts zitten we altijd een raampje op een kiertje om ‘toch wat frisse lucht’ te kunnen krijgen.

Maar in het kader van de verduurzaming willen we eigenlijk liever niet dat de opgewarmde lucht zo maar het raam uit vliegt, dus proberen we dat op een wat gecontroleerde manier te doen. Eén manier is om gebruik te maken van een warmtewisselaar die ervoor zorgt dat de warmte die in de lucht in huis zit, afgegeven wordt aan de aangevoerde verse lucht van buiten.

We noemen dat een “warmte terugwinning unit”.